Keukenlatijn – U

Ui: er bestaan zilveruitjes (meestal in azijn ingelegd of in mixed pickles), de sjalot, een kleine rode, scherpe ui en de dikke winterui. Verse uien, uienvlokken, uienloof, uienzout of uienpoeder (dat u eerst met wat water aanroert), kunt u geven in:
Groenten: spinazie, rodekool, wittekool, savooiekool, witte bonen, linzen, tomaten, spruitjes, zuurkool;
Soepen: bloemkoolsoep, tomatensoep, aardappelenoep, bonensoep;
Salades: worstsalade, vleessalade, groene sla, komkommersla, aardappelenla, sla van wittekool, tomatensla, selderij sla, vissalade;
Vlees: varkensvlees, rundvlees, kalfsvlees, schapenvlees, gehakt, kip, eend, gans, wild;
Diversen: gebakken aardappelen (gefruite uien of fruitjes).

Indien u uienzout gebruikt, behoeft u geen keukenzout toe te voegen. Een ui waarin enkele kruidnagels geprikt worden, komt bij verscheidene bereidingen te pas. Het spreekt vanzelf dat deze ui voor het opdienen verwijderd wordt.

Uiengras: is bieslook, een kruid met een zachte uiensmaak.

Uithalen: het binnenste verwijderen.

Uitsmijter: een typisch Nederlands gerecht. Het zijn twee sneetjes (witte)brood, belegd met vleeswaren, b.v. ham of rosbief en daarop twee spiegeleieren. Het soort uitsmijter wordt aangeduid met de naam van de gebruikte vleeswaar, b.v. uitsmijter ham.

Uitzweten: een stuk vlees, gevogelte of wild in een gesloten pan laten stomen totdat de eerste druppels vocht verschijnen.